Gezinnen ondersteunen in de eerste 1000 dagen
Het belang van de vroege omgeving voor gezondheid en welzijn is overtuigend aangetoond in wetenschappelijke studies (zie o.a. Gluckman et al., 2008). Tijdens de Hongerwinter van 1944-45 werden ongeboren kinderen blootgesteld aan oorlogsstress en acute ondervoeding. Onderzoek laat zien dat die vroege ervaringen blijvende effecten hebben op zowel de fysieke als mentale gezondheid (Bleker et al., 2021). Deze bevindingen ondersteunen de Barker-hypothese (Barker et al., 1986), die stelt dat ontoereikende prenatale en vroege postnatale voeding het risico op chronische ziekten op volwassen leeftijd vergroten.
Wil je het gehele artikel lezen? Neem een abonnement op dit tijdschrift!
TVO 2025 / nr 5
Samenvatting
Bewijs uit biologisch, psychologisch en economisch onderzoek toont aan dat de omgeving van het kind in de eerste 1000 dagen aanzienlijke invloed heeft op een latere gezonde ontwikkeling. Kinderen die opgroeien in onvoorspelbare en onveilige omgevingen hebben vaak levenslang last van de gevolgen. Investeringen in deze cruciale ontwikkelingsperiode zijn de meest kosteneffectieve manier om gezondheid en welzijn gedurende het hele leven te verbeteren. Het is daarom niet vreemd dat deze periode zowel in het politieke debat als in de samenleving brede belangstelling krijgt. De focus op de eerste 1000 dagen is wetenschappelijk onderbouwd en historisch verankerd. Toch is het tijd stil te staan bij de maatschappelijke impact ervan. In dit artikel richten we ons op de onbedoelde negatieve gevolgen voor het welzijn van ouders. Bewijs voor het belang van de eerste 1000 dagen zou collectieve actie moeten stimuleren, niet individuele schuldgevoelens versterken. Ouderschap is niet alleen een individuele verantwoordelijkheid; overheden hebben de plicht ouders te ondersteunen zodat kinderen de best mogelijke start krijgen.
