Gehechtheidsrelaties tussen adolescenten en opvoeders
De gehechtheidstheorie, ontwikkeld door Bowlby en Ainsworth, biedt een raamwerk voor het begrijpen van de relatie tussen opvoeder en kind (Feeney & Woodhouse, 2016). Binnen deze theorie speelt de gehechtheidsfiguur een cruciale rol in het waarborgen van de fysieke en emotionele veiligheid van het kind. Aanvankelijk werd gedacht dat kinderen maar één gehechtheidsfiguur hadden, maar onderzoek toont aan dat kinderen meerdere gehechtheidsfiguren kunnen hebben (Forslund et al., 2022; Van IJzendoorn, 2005), zoals moeders én vaders, maar ook andere personen die een belangrijke rol spelen in hun (primaire) opvoeding, zoals grootouders. Ook is bekend dat deze gehechtheidsrelaties kunnen variëren in intensiteit en kwaliteit.
Wil je het gehele artikel lezen? Neem een abonnement op dit tijdschrift!
TVO 2025 / nr 5
Samenvatting
Tijdens de adolescentie vinden bij jongeren ingrijpende ontwikkelingen plaats die invloed hebben op de gehechtheidsrelatie met hun opvoeders. Jongeren streven naar meer autonomie, maar blijven tegelijkertijd ook behoefte houden aan verbondenheid: de band met opvoeders blijft belangrijk. In dit artikel wordt op basis van literatuuronderzoek, focusgroepen en interviews beschreven hoe jongeren van 12 tot 18 jaar hun gehechtheidsrelaties met opvoeders tonen tijdens hun adolescentie. Het artikel biedt professionals een praktisch overzicht van gehechtheidsuitingen per stijl, zodat zij gehechtheidsrelaties beter kunnen meenemen in diagnostiek en behandeling. Dit artikel vormt het laatste deel van een drieluik over gehechtheidshtml5-dom-document-internal-entity2-173-endrelaties in de vroege kindertijd (Spruit et al., 2018) en de basisschoolleeftijd (Spruit et al., 2023).
