Nieuwsupdate februari 2021

Wilt u in de toekomst ook de nieuwsupdate van TvO ontvangen? Vul dan in de rechterkolom uw gegevens gelijk in!


Actueel

Gallemiezen

In 2018 stond het al lekker schreeuwerig in de Telegraaf: ‘Scholen halen analoge klokken weg, want tieners kunnen niet klokkijken.’ Nu hebben we het al een keer gehad over het afschaffen van handschrift in het basisschoolcurriculum, maar dit leek me een ander verhaal.

Het deed mij denken aan de Britse realityster Joey Essex. Wanneer hij uitgenodigd wordt voor panels of reality shows, mag hij graag zo dom mogelijk overkomen. Hij spreekt nadrukkelijk ‘plat’ met een breed Cockneyaccent. Dat accent geldt als ordinair in het VK en toch, misschien juist daarom, luistert men graag naar hem. Hij beschikt ook over een zorgvuldig aangemeten domheid. Zo riep hij ooit op een reality tv-show dat hij niet kon klokkijken op een analoge klok. Prachtig vond men dat. Hahaha, die Joey Essex toch.

Maar Essex is niet dom. Zijn domheid is nauwkeurig berekend. Hij doet dom, maar niet zó dom dat het het format van de show verstoort. Meneer Essex ziet een trend en zet er vol op in. Dingen weten is uit, ergens verstand van hebben is uiterst onmodieus en op experts zitten we zeker niet te wachten. Doen alsof je niks weet is charmant. Iets stellig vinden mag wel, maar dan moet je er wel absoluut geen verstand van hebben.

Ik ben me ervan bewust hoe verleidelijk het is om te roepen over ‘de jeugd van tegenwoordig’ en dat het allemaal naar de gallemiezen gaat zodra dingen anders lopen dan dat ze altijd deden. Het is iets van alle tijden. In het jaar 20 voor Christus zeurde Horatius Flaccus al: “Our sires’ age was worse than our grandsires” (maar dan in het Latijn natuurlijk). Maar het valt eigenlijk wel mee met de jeugd van tegenwoordig, aldus een recent artikel uit Science Advances. Volgens de auteurs van dat artikel wordt het ‘jeugd van tegenwoordig’-fenomeen veroorzaakt door twee mechanismen: (1) een persoonspecifieke neiging om bij observatie de nadruk te leggen op de beperkingen van anderen op de gebieden waar men zelf in uitblinkt, (2) een geheugenbias bij het projecteren van de huidige eigen kwaliteiten op de jeugd van vroeger. De bevooroordeelde herinnering wordt dan vergeleken met de tegenwoordige situatie waardoor deze verslechterd lijkt. De belangrijkste factor in de inhoud van de bias is de eigen instelling: een autoritair iemand vindt dat de jeugd minder respect toont, belezen mensen vinden dat de jeugd te weinig leest. En eerlijk gezegd denk ik dat Horatius het destijds ook al sarcastisch bedoelde.

En toch wil ik graag even melden dat alles naar de gallemiezen gaat. Begrijp me niet verkeerd, ik ben helemaal voor demystificatie en het meer toegankelijk maken van dingen. Zo roep ik bijvoorbeeld al jaren dat schakelauto’s achterhaald zijn en dat ze allemaal integraal vervangen moeten worden door automaten. Waarom moeilijk doen als het ook makkelijk kan? Ook snap ik best dat het tijdperk voorbij is dat je basisbegrip van DOS moest hebben om een computer te bedienen. Ik vind het stom dat er mensen zijn die computers gebruiken zonder dat ze er ook maar een klein beetje verstand van hebben, maar ik begrijp het wel. Ik vind het zelfs ergens (als ik heel goed zoek) wel goed dat dat zo is.

Misschien is ‘naar de gallemiezen’ wat extreem gesteld. Het is vooral dat die modieuze domheid me gewoon zorgen baart. Het was in sitcoms al wel gebruikelijk om ‘nerds’ uit te lachen als ze weer eens wat slims zeiden, maar ik heb het idee dat tegenwoordig kennis van zaken helemaal taboe of op z’n minst verdacht is. En waar gaan we dan heen? Ik zag laatst de film ‘Idiocracy’ afkomstig uit 2006, een schrikbeeld van een samenleving waar de bevolking door een soort natuurlijke selectie steeds dommer wordt. Maar zelfs in die film roept de president (briljant gespeeld door Terry Crews) de hulp in van iemand met meer kennis dan hij (de tijdreiziger, gespeeld door Luke Wilson). Hij erkent, waardeert en vertrouwt die kennis niet alleen, hij past er zijn beleid op aan. De huidige wereldleiders, onze regering incluis, hebben die neiging steeds minder. Zouden we inmiddels het idiocracy-punt al voorbij zijn?

De wereld lijkt steeds meer van de Joey Essex’en te worden: mensen die op z’n minst bereid zijn dom te doen om volgers te werven. De Britse conservatieve politicus Michael Gove doet dat ook, of is mogelijk zelf dom. Hij zei in 2016: “Ik denk dat de mensen in dit land genoeg hebben gehad van experts.” En mensen gaan daarvoor, steeds meer, steeds harder lijkt het wel.

Nou ja, misschien is het gewoon de frustratie van een geërgerde wetenschapper die het respect voor kennis in het algemeen ziet wegglippen. Misschien heb ik door mijn zorgen wel een negatieve bias. Trouwens, wat zijn gallemiezen eigenlijk?

Josien de Bie behaalde haar Master in Biologie aan de Universiteit van Groningen en haar PhD in Neurowetenschap in Sydney. Ze is wetenschapscommunicator, jazz zangeres, stand-up comedian, oprichtster van genderbrain.com en een woesteling in het de-bunken van gendermythes. Zij schrijft columns over haar bezigheden.


Mentale gezondheidsvaardigheden cruciaal voor welzijn van studenten

Studentenwelzijn in het hoger onderwijs vereist een integrale aanpak: een op alle studenten gerichte gezondheidsbenadering die universiteiten en hogescholen integreren in hun curriculum én waarbij mentale gezondheid de basis vormt voor welzijn en studiesucces van studenten – tijdens hun studie en daarna. Preventie staat voorop, en zowel een ‘sense of belonging’ als mentale gezondheidsskills zijn cruciaal. Dit stelt Jolien Dopmeijer in haar promotieonderzoek.

‘Studenten die zich thuis voelen aan hun universiteit of hogeschool en die persoonlijk leiderschap kunnen tonen in hun mentale gezondheid, leren beter omgaan met het vaak veeleisende studentenleven. Zo kunnen burn-outklachten worden voorkomen’, aldus Dopmeijer, die werkzaam is bij het Trimbos-instituut en hogeschool Windesheim. Ze promoveert op vrijdag 5 februari aan de Universiteit van Amsterdam.

‘Het studentenleven wordt vaak de mooiste tijd van je leven genoemd, maar veel studenten ervaren hun studietijd juist als moeilijk en stressvol. Meer dan ooit draait het om voldoen aan hoge verwachtingen: goede cijfers halen, een mooi cv opbouwen en een druk sociaal leven hebben’, vertelt Dopmeijer. ‘Mentale gezondheidsproblemen komen veel voor onder studenten. Zo ervaart meer dan de helft van de studenten angst- en somberheidsklachten. De problemen leiden vaak tot studievertraging en -uitval. Maar door verschillen in screening en diagnostiek is het lastig de problemen goed te kunnen voorspellen en te interpreteren, en dus om tot een goede aanpak te komen. Met mijn onderzoek hoop ik daar verandering in te brengen.’

Van screening en diagnostiek naar bewustmaking
Dopmeijer keek onder meer naar de impact van prestatiedruk, eenzaamheid en je thuis voelen op de drie dimensies van burn-out: emotionele uitputting, distantie en (verminderde) competentie. Prestatiedruk en eenzaamheid hangen samen met alle drie de dimensies, maar de mate waarin een student zich thuis voelt – de sense of belonging – hing het sterkst samen met alle dimensies en kan het meest bijdragen aan het welzijn van studenten.

Riskant drinkgedrag speelt ook een rol in het welzijn van studenten. Er was echter nog geen ‘gouden standaard’ voor het screenen van studenten met riskant drinkgedrag, met het risico op problematisch drinken of alcoholafhankelijkheid. Dopmeijer vond dat het screeningsinstrument AUDIT-C, een verkorte versie van het door de Wereldgezondheidsorganisatie (WHO) ontwikkelde AUDIT, geschikt is voor de doelgroep studenten. Daarnaast onderzocht Dopmeijer of psychosociale problemen, zelfvertrouwen en persoonlijkheidskenmerken van studenten voorspellend zijn voor studievertraging of -uitval, en ontwikkelde een model hiervoor.

‘Het meest zorgwekkende in de huidige situatie is misschien wel dat de meerderheid van de studenten met psychosociale problemen geen hulp krijgt’ zegt Dopmeijer. ‘Studenten blijken weinig stigma te ervaren, maar tegelijkertijd staan ze weinig positief tegenover open zijn over hun problemen en daadwerkelijk hulp zoeken. Daar moet meer aandacht voor komen binnen het hoger onderwijs. Voorlichtingsprogramma’s kunnen het bewustzijn vergroten over psychische problemen en het beschikbare hulpaanbod.’

Geïntegreerde benadering
Dopmeijer brengt haar deelresultaten samen in een geïntegreerde benadering, voortbouwend op het landelijke Actieplan Studentenwelzijn. De benadering is gericht op alle studenten en bestaat uit vijf pijlers:

  1. Preventie en vroege identificatie: screening en assessment van de mentale gezondheid van studenten, risicofactoren en studiesucces;
  2. Bevordering van mentale gezondheidscompetenties: programma’s en interventies met betrekking tot veerkracht en betrokkenheid;
  3. Positief en ondersteunend studieklimaat: focus op activiteiten die de ‘sense of belonging’ bevorderen;
  4. Training en counseling van medewerkers en online middelen om hen uit te rusten om studenten te kunnen ondersteunen;
  5. Individuele en gerichte interventies, ook voor specifieke doelgroepen, zoals eerstegeneratiestudenten, mantelzorgende studenten, internationale studenten en LHBTQ-studenten.

‘De aandacht van het Nederlandse hoger onderwijs voor het mentale welzijn van studenten is de laatste jaren gelukkig sterk toegenomen, maar we zijn er nog niet’, aldus Dopmeijer. ‘De geïntegreerde aanpak vraagt om aanpassing van de heersende onderwijsvisies, met meer aandacht voor de ontwikkelingsstadia waarin studenten hun identiteit vormen. De problematiek overstijgt – zowel in oorzaken als oplossingen – het onderwijs en de individuele student. Dit maakt het vooral ook de verantwoordelijkheid van de Nederlandse overheid, met name van het ministerie van Volksgezondheid, Welzijn en Sport en het ministerie van Onderwijs, Cultuur en Wetenschap.’

Bron: GGZnieuws


Groot percentage van kinderen met autisme heeft psychische problemen

Onderzoek in de Verenigde Staten toont dat een groot aantal kinderen in het autisme spectrum kampen met psychische problemen m.b.t. het gedrag, angst, depressie of ADHD. Vroegtijdig handelen is van groot belang.

Volgens een nieuwe Amerikaanse onderzoek van de afdeling psychologie van UBC en het AJ Drexel Autism Institute aan de Drexel University (Pennsylvania) heeft bijna 78 procent van de kinderen met autisme tenminste één psychische aandoening en bijna de helft twee of meer psychische aandoeningen. De studie vond ook psychische aandoeningen bij 44,8 procent van de kinderen met autisme in de voorschoolse leeftijd. De omvang van het probleem onder die leeftijdsgroep was niet eerder vastgesteld aan de hand van een grote steekproef. Ter vergelijking blijkt dat slechts 14,1 procent van de jongeren zonder autisme (3-17 jaar) psychische aandoeningen heeft.

Het is het eerste onderzoek sinds 2008 waarin de prevalentie van psychische aandoeningen bij kinderen met autisme op populatieniveau wordt onderzocht. “Lange tijd werd de psychische gezondheid van kinderen met autisme verwaarloosd omdat de focus op autisme lag. Er is nu veel meer bekendheid, maar er zijn onvoldoende mensen gekwalificeerd om psychische behandelingen te geven aan kinderen met het autismespectrum ”, zegt dr. Connor Kerns, een assistent-professor op de afdeling psychologie van UBC en hoofdauteur van het onderzoek. “We moeten een brug slaan tussen deze twee systemen en de verschillende soorten zorgverleners die deze kinderen behandelen.”

Autisme, of autismespectrumstoornis (ASS), is een complexe hersenontwikkelingsstoornis die ongeveer 2,6 procent van de Amerikaanse bevolking treft. Mensen met autisme kunnen moeite hebben met communiceren en sociaal omgaan. Ze vertonen vaak beperkte, zich herhalende gedragspatronen. De term “spectrum” weerspiegelt het feit dat de symptomen sterk kunnen verschillen van persoon tot persoon.

Eerste blik op de leeftijdsgroep van de voorschoolse leeftijd onthult een prevalentie van psychische aandoeningen van bijna 45%. De onderzoekers analyseerden gegevens van de National Survey of Children’s Health 2016, een onderzoek onder meer dan 42.000 zorgverleners met in totaal 1.131 ASS-gediagnosticeerde kinderen onder hun hoede. Deze kinderen werden gekenmerkt met een psychische aandoening als de ouder / verzorger had gemeld dat een zorgverlener een van de volgende zaken bij het kind had vastgesteld:

  • angst (39,5%)
  • depressie (15,7%)
  • gedrag / gedragsprobleem (60,8%)
  • Tourette-syndroom (1,8%)
  • ADHD (48,4%)


Bron: GGZnieuws


Online behandeling voor LHBT+ jongeren met suïcidegedachten

Lesbische, homo- en biseksuele jeugd doen 3 tot 5 keer vaker een suïcidepoging dan heteroseksuele jongeren; transgender personen hebben 5 tot 10 maal zo vaak suïcidale gedachten. Vanaf vandaag kunnen LHBT+ jongeren die met suïcidegedachten kampen zich aanmelden voor een online behandeling (en onderzoek hiernaar). De behandeling en bijbehorend onderzoek zijn onderdeel van een project vanuit de Rijksuniversiteit Groningen, PratenOnline, ZonMW, Movisie en Stichting 113 Zelfmoordpreventie.

Het gaat om een behandeling bestaande uit 8 online chatsessies, gericht op het verminderen van zelfmoordgedachten en het leren omgaan met lastige situaties rondom je seksuele oriëntatie of genderidentiteit. De Rijksuniversiteit Groningen wil hierbij graag onderzoeken of deze behandeling helpt in het verminderen van de zelfmoordgedachten.

De online interventie is ontwikkeld in samenwerking met professionals en vrijwilligers in de gezondheidszorg, LHBT-jongeren en hun ouders. Deze is gebaseerd op bestaande effectieve online en face-to-face modules die aandacht besteden aan minderheidsstress bij LHBT-ers.

PratenOnline
De 8 online chatsessies inclusief huiswerkopdrachten worden aangeboden door professionals van de eHealth site PratenOnline.nl. Vijf behandelaren van PratenOnline zijn inmiddels door een GZ psycholoog met expertise in LHBT jongeren, getraind in deze geprotocolleerde behandeling.

Deelnemen
Je kunt deelnemen als je tussen de 16 en 27 jaar oud bent, LHBT+ bent of deze gevoelens (een beetje) herkent, én last hebt van zelfmoordgedachten. Er wordt gesproken over LHBT, maar hiermee wordt ook bedoeld: queer, panseksueel, non-binair, gender non-conform, gender fluïde, of als je het (nog) niet zo goed weet.

Bron: GGZnieuws


Minder motivatie bij leerling zonder goede werkplek

27 procent van de Nederlandse leerlingen heeft minder leermotivatie omdat ze thuis geen goede plek hebben om te leren en huiswerk te maken. Dat blijkt uit een onderzoek van de Radboud Docenten Academie en het Kenniscentrum Beroepsonderwijs Arbeidsmarkt onder 21.955 leerlingen van ruim zeventig scholen.

De groep leerlingen zonder goede thuiswerkplek zegt ook minder hulp te hebben ervaren van ouders en docenten. Om deze leerlingen niet uit het oog te verliezen, is het volgens de onderzoekers belangrijk dat scholen hun leerlingen vragen of hun thuisleerplek voldoet en of het hen lukt zich te concentreren.

Uit het onderzoek blijkt ook dat leerlingen in de bovenbouw van havo en vwo tijdens de lockdown in maart minder gemotiveerd waren dan leerlingen in de onderbouw. Volgens de leerlingen hebben zij behoefte aan meer hulp en feedback van docenten.

Docenten spelen een belangrijke rol in de leermotivatie van leerlingen. Wanneer een docent concrete hulp heeft geboden bij het thuisonderwijs was dit bepalend voor de leermotivatie van leerlingen. Volgens de ondervraagde leerlingen is het dan wel belangrijk dat ze weten wanneer zij hun docenten kunnen bereiken. Wellicht is een facultatief vragenuur daarom nuttiger dan een online les, aldus de onderzoekers.


Bron: nji

Nieuwsbrief

Vul uw e-mailadres in en ontvang onze nieuwsbrief.