BOEKBESPREKING

Grensjongeren. Van riskant tot strafbaar gedrag

Auteur: J. van der Ploeg
Uitgever: SWP
ISBN: 978-90-85601-00-5
Over de auteur:
Jan Dirk van der Ploeg is emeritus hoogleraar Orthopedagogiek aan de Universiteit Leiden.

Vijftien jaar geleden verscheen onder redactie van emeritus-hoogleraar Orthopedagogiek Jan van der Ploeg de bundel Kopstukken van de orthopedagogiek, waarin vermaarde pedagogen als Waterink, Bladergroen en Kok een prominente plaats kregen. In zijn inleiding vroeg Van der Ploeg (2006) zich destijds af wanneer iemand eigenlijk een ‘kopstuk’ genoemd kan worden. Die vraag is inmiddels in zekere zin ook van toepassing op Van der Ploeg zelf. De professionele en wetenschappelijke loopbaan van Van der Ploeg overspant inmiddels 50 jaar en daarmee is hij vermoedelijk de oudste actieve pedagoog in Nederland. Generaties pedagogen zijn ‘opgevoed’ met het door hem in 1990 ontwikkelde ‘meervoudig risicomodel’ (zie Van der Ploeg, 1997). In een interview noemde Van der Ploeg, inmiddels de 90 jaar ruim gepasseerd, de onmogelijkheid om te stoppen met werken; zijn adagium is ‘Arbeiden en niet vertwijfelen’ (Levering, 2018).

Mogelijk houdt zijn niet-aflatende inzet verband met de nood van de doelgroep waarmee hij zich al decennia bezighoudt. In zijn werk heeft Van der Ploeg altijd aandacht gegeven aan kwetsbare jongeren, vaak aan de zelfkant van de maatschappij: zwerfjongeren, jongeren in de jeugdzorg, gepeste en afgewezen jongeren of jeugdigen met gedragsproblemen. Van meet af aan gebruikte Van der Ploeg in zijn werk een ‘sociaal-ecologische’ zienswijze (cf. Bronfenbrenner, 1979), waarmee hij nadruk legde op de invloed van de omgeving en de interactie tussen het individu en zijn omgeving als verklaring voor probleemgedrag. Ook in het meervoudig risicomodel wordt duidelijk dat de jongere kan worden beïnvloed door verschillende risicofactoren en beschermende factoren in de omgeving (gezin, school, vrije tijd), naast traumatische gebeurtenissen en sociale steun. Naast omgevingsinvloeden hebben vanzelfsprekend factoren in de jongere zelf invloed op het probleemgedrag: de biologische opmaak en de persoonlijkheid. Het model gaat uit van transactionele en wederzijdse beïnvloeding van een jongere en de omgeving.

In zijn meest recente boek Grensjongeren geeft Van der Ploeg ons een beeld van het werken met jongeren in de forensische sector. Hoe heeft het voor sommige jongeren zover kunnen komen en wat is er fout gegaan in hun leven? Waarom gaan sommige jongeren wel en andere jongeren niet over de grens? In verschillende delen biedt het boek ons een beeld van risicojongeren (uitvallers in de jeugdzorg, zwervende jongeren, jongeren in gesloten tehuizen, jongeren met middelenproblematiek) en justitieel gestraften (delinquente jongeren, jongeren onder reclasseringstoezicht of in een jeugdinrichting); twee groepen waartussen een duidelijke grens getrokken wordt. De tweede groep is de grens overgegaan van normoverschrijdend of risicovol gedrag naar strafbaar gedrag. Ook de diagnostiek en behandeling van deze jongeren krijgen aandacht in een apart deel van het boek. In dat laatste deel wordt het ‘grenssignaleringsmodel’ uitgewerkt als uitbreiding van het meervoudig risicomodel. Hierbij kunnen problemen worden onderscheiden als achtereenvolgens lichte problemen, risicovol gedrag en strafbaar gedrag, waarbij steeds een grens wordt overgegaan: eerst die van de noodzaak van professionele hulp of jeugdzorg, vervolgens die van niet-risicovol naar risicovol gedrag en vervolgens die van niet-strafbaar naar strafbaar gedrag.

Bij het lezen van Grensjongeren moest ik steeds denken aan Jayden, een 16-jarige first-offender die ik een aantal jaren geleden in de forensische praktijk in behandeling had vanwege een gewapende overval. Lang worstelde ik om te begrijpen hoe Jayden tot zijn heftige daad was gekomen, zonder dat er ooit eerder sprake was geweest van normoverschrijdend of risicovol gedrag. Mijn vraag is of het grenssignaleringsmodel me die antwoorden destijds had kunnen geven. Voor de juiste diagnostische hypothesen en behandelindicatie is ook inzicht in dieperliggende factoren als hechtingsgeschiedenis, intrapsychisch functioneren en dynamiek van relaties nodig. Op deze zaken gaat Van der Ploeg niet verder in en dat maakt dat het, buiten de introductie van het grenssignaleringsmodel, in Grensjongeren ontbreekt aan theoretische onderbouwing en diepgang. Hoewel Van der Ploeg aandacht heeft voor algemene theoretische verklaringen voor delinquent gedrag en enkele uitgangspunten voor behandeling in de forensische setting noemt, ontbreekt op sommige plaatsen een gedegen onderbouwing vanuit de literatuur. Tegelijk maakt de voelbare betrokkenheid bij en de onvoorwaardelijke acceptatie van de doelgroep dat het boek een zeer prettige toon heeft. Grensjongeren geeft daarmee een goed overzicht van de forensische doelgroep, is een mooie kennismaking en een degelijk naslagwerk voor werkers in verschillende disciplines van de forensische sector.

Frank C. P. van der Horst (vanderhorst@essb.eur.nl) is universitair hoofddocent Orthopedagogiek, Erasmus Universiteit Rotterdam; GZ-psycholoog i.o.t. Psychotherapeut, Orthopedagoog-Generalist, supervisor NVO, de Waag Nederland


Nieuwsbrief

Vul uw e-mailadres in en ontvang onze nieuwsbrief.