Nieuwsupdate juni 2020

Wilt u in de toekomst ook de nieuwsupdate van TvO ontvangen? Vul dan in de rechterkolom uw gegevens gelijk in!


Actueel

Kom van Dick Swaab af!

Onlangs was ik bij een congres dat anders was dan alle andere congressen waar ik ooit geweest ben. Er waren neurowetenschappers, psychologen, filosofen, geschiedkundigen, kunstenaars en ervaringsdeskundigen. Het was onwaarschijnlijk inclusief, er werd niet geïntimideerd, afgetroefd of belangrijk gedaan. Discussie was daadwerkelijk discussie in plaats van een beetje tegen elkaar aan profileren. Het onderwerp: gender en het brein.

Als je een congres hebt in Nederland met zo’n onderwerp, weet je één ding zeker: Dick Swaab wordt erbij gehaald. Gelukkig niet letterlijk, maar zijn gedachtegoed was alom. ‘Onze Dick’ heeft namelijk een hoop werk gedaan aan gender en hersenanatomie, wat hij later uitgebreid heeft naar seksuele oriëntatie etc. Daar komt nog bij dat hij het boek heeft geschreven dat mensen ontzettend graag aan mij quoten: Wij zijn ons brein. Na een paar dagen van presentaties en discussies bleek echter dat het idee dat identiteit zo sterk samenhangt met het brein, in de weg staat van een nuttige, productieve manier van nadenken over genderverschillen in het algemeen en in hersenfysiologie in het bijzonder.

Het blijkt trouwens ook dat er anatomisch en functioneel niet zoiets is als een mannen- of vrouwenbrein. Professor Lise Eliot liet in haar keynote zien hoeveel studies er zijn gedaan naar hersenfysiologische verschillen tussen mannen en vrouwen en hoe weinig er echt gevonden is. Veel van de gevonden verschillen verdwijnen namelijk wanneer je corrigeert voor schedelvolume, en geen van de verschillen betekent iets nuttigs op functioneel gebied. We moeten er onderhand dus echt aan geloven dat er niet zoiets bestaat als een mannen- of vrouwenbrein.

Dat stuit gevoelsmatig op weerstand, en die weerstand komt voor een deel uit dat ‘wij zijn ons brein’-idee. Gender is zo’n ongelofelijk belangrijke factor in onze samenleving dat het idee dat het er misschien gewoon niet zo toe doet, bijna onverteerbaar lijkt. Wij zijn ons niet bewust van de immense nadruk die bestaat op het binominale concept van gender in onze samenleving. De transgender personen in het panel gaven aan dat het meeste lijden dat ze ondervinden van het transgender zijn, voortkomt uit die nadruk.

Professor Tabea Cornel vergeleek gender met linkshandigheid. Vroeger was linkshandigheid een vreselijk defect, toegeschreven aan geschiften, wilden en vrouwen (één categorie natuurlijk). Als je linkshandig was, moest dat onderdrukt worden. Destijds was al bekend dat lateralisatie meestal niet volledig was (je schrijfhand kan anders zijn dan je gooihand of je schopvoet). Toch werd er ‘voor het gemak’ besloten dat de schrijfhand de enige relevante parameter was. Als je met links schreef, was je afwijkend, punt. Het doet denken aan de manier waarop homoseksuele en transgender mensen benaderd worden. Zo’n persoon wordt op basis van één eigenschap ‘afwijkend’ verklaard.

Tegenwoordig ben je als linkshandige niet meer afwijkend. Het in de maatschappij totaal niet interessant of je linkshandig bent of niet. Het is overigens wel nog steeds zo dat linkshandigen buiten MRI-studies worden gehouden, omdat er ‘misschien wel een effect is’. (Een beetje hetzelfde argument als waarom vrouwelijke proefpersonen/dieren vaak buiten medisch onderzoek worden gehouden.)

Misschien moeten we ‘handigheid’ en ‘gender’ op dezelfde manier gaan benaderen, zowel binnen de samenleving als in hoe we onze wetenschap bedrijven. Mensen hebben verschillende gradaties van lateralisatie, vaak met een dominante schrijfhand. Soms is het handig om daar rekening mee te houden (bijvoorbeeld met scharen en snaarinstrumenten), meestal maakt het niet uit. Zo is er ook sprake van een genderspectrum, vaak met een van twee typen secundaire geslachtskenmerken.

Maar ja, hoe gaan we dan voortaan onderzoeksgroepen indelen? Het antwoord: heel voorzichtig. Als wetenschapper ben je nooit helemaal vrij van vooroordelen. Als je bijvoorbeeld iets bestempelt als ‘gendergerelateerd’, heb je vaak al te maken met een ingebakken vooroordeel.

Juist dat ingebakken vooroordeel is iets wat we vaak vergeten als we werk citeren van de neurobiologen die ons voor zijn gegaan. Swaabs werk is bijvoorbeeld geworteld in het begin van de jaren 80, toen vrouwen nog maar net mochten blijven werken na hun trouwen. Daarbij komt dat Swaab een medische achtergrond had, een sector waarin ‘indelen’ en ‘pathologiseren’ met de paplepel worden ingegoten.

Een vakgebied, maar nadrukkelijk ook de taal die erin gebruikt wordt, wordt vormgegeven door de grondleggers ervan. Dick Swaab is zo’n grondlegger. Zoals bij zo veel grondleggers zijn veel van zijn conclusies inmiddels weerlegd en de originele concepten gedateerd. Zoals de psychoanalysten van Freud af moesten, moeten wij nu van Dick Swaab af. Ik waarschuw niet meer.

ne ne ne ne ne ne van Dick Swaab af,
Dit was de laatste keer.

Josien de Bie behaalde haar Master in Biologie aan de Universiteit van Groningen en haar PhD in Neurowetenschap in Sydney. Ze is wetenschapscommunicator, jazz zangeres, stand-up comedian, oprichtster van genderbrain.com en een woesteling in het de-bunken van gendermythes. Zij schrijft columns over haar bezigheden.


Leerling ervaart meer discriminatie in onderwijs

15 procent van de Nederlandse studenten en scholieren zegt in 2018 discriminatie te hebben ervaren in het onderwijs. Dat meldt het Sociaal en Cultureel Planbureau in het rapport Ervaren discriminatie in Nederland.

Bij een eerder onderzoek van het SCP in 2013 meldde nog 8 procent van de leerlingen zich gediscrimineerd te hebben gevoeld.

Met name studenten en scholieren met een migratieachtergrond en LHB-leerlingen ervaren relatief veel discriminatie in het onderwijs. Zo zegt meer dan de helft van de Turks-, Marokkaans-, Surinaams- en Antilliaans-Nederlandse studenten en scholieren discriminatie te hebben ervaren. Van de LHB-leerlingen voelde 54 procent zich gediscrimineerd in het onderwijs. Dat is twee keer zo veel als heteroseksuele leerlingen.

Tussen de 2 en 3 procent van alle scholieren en studenten in Nederland meldt gestopt te zijn met hun opleiding als gevolg van discriminatie. Onder LHB-studenten en scholieren is het aandeel dat wegens discriminatie is gestopt zelfs 8 procent.

Bron: NJi

Hoe gaan jongeren om met ‘social distancing’?

Hoe kijken jongeren aan tegen het beleid van ‘social distancing’ en wat doet het met hen? Orthopedagoog Levi van Dam deelt de resultaten van onderzoek uit Duitsland, Italië en China, en start ook zelf een onderzoek naar mentaal welbevinden onder jongeren. Zij kunnen hier online aan meedoen.

De huidige Corona-crisis raakt iedereen op zijn eigen manier. Jongeren liggen daarbij onder een vergrootglas: ze hangen te veel op straat in groepen, houden balkonfeesten en spugen buschauffeurs onder. En o ja, veel van hen zijn single, leven vooral in kroegen en cafés, hierdoor zijn ze nu teruggeworpen op zichzelf en Netflix. En dat alles terwijl onderzoek ons heeft geleerd dat sociale relaties cruciaal zijn voor je mentale welbevinden.

Niet alleen het Corona virus wordt van mens tot mens overgedragen, ook mentaal gedrag wordt door sociale relaties doorgegeven; geluk, depressie, obesitas en roken verspreiden zich via netwerken. Hoe kijken jongeren aan tegen dit beleid van ‘social distancing’ en wat doet het met hen?

In Duitsland en Italië ondersteunen de meeste jongeren de coronamaatregelen
Onderzoek onder 250 Duitse studenten wijst uit dat de meesten social distancing als maatregel ondersteunen. Of zij het ondersteunen, blijkt onder andere af te hangen van hoeveel oudere mensen zij persoonlijk kennen. Het advies van dit onderzoek is dan ook om deze relaties tussen jong en oud te benadrukken. Hoe dit te doen is nog niet makkelijk, want een derde van de studenten bleek het nieuws te wantrouwen.

Onderzoek in Italië laat zien dat jongeren net zo goed als ouderen geloven dat de maatregels rondom social distancing effect zullen hebben, zoals afstand houden, handen wassen, thuisblijven en het sluiten van niet essentiële winkels.

Het psychologische effect van social distancing, lessen uit China
De meeste jongeren volgen de maatregel dus op, maar wat is het psychologische effect op hen? Een onderzoek onder 7.143 studenten uit China laat zien dat bijna 25% van hen milde tot zware angstproblemen hadden tijdens de coronacrisis. Buiten de stad of bij je ouders wonen en een stabiel familie-inkomen werden als beschermende factoren gezien. Studenten die veel sociale steun ervoeren, hadden sowieso minder last van angsten. Dit komt volgens de onderzoekers omdat het bieden van sociale steun niet alleen de psychologische stress verlaagt, maar studenten ook motiveert om zelf meer om hulp te vragen in deze tijden van tegenslag.

Welke sociale steun kunnen jongeren geven in tijden van een intelligente lock-down?
Hoe sociale steun eruitziet in tijden van een intelligente lock-down is ingewikkeld, want hier is nog geen ervaring mee. We zien wel mooie voorbeelden van nieuwe vormen van contact om ons heen opkomen. Studenten die via beeldbellen op stap gaan met een oudere naar de favoriete plek in de stad. Een werkloze jongeman die zich in quarantaine stelt met een zorgbehoeftige longpatiënt. En het volledig door studenten opgezette platform gewoonmensendiemensenwillenhelpen.nl.

En het kan ook dichterbij en simpeler: bel je oma of die oude buurman van vroeger. Hoe ervaren zij deze periode? En het voelt misschien gek, maar waar ben je juist dankbaar voor in deze periode? Ben je je bewuster van de dingen die je wel hebt of de relaties die belangrijk voor je zijn, spreek dat dan uit.

Onlineonderzoek naar psychisch weerbaarheid van jongeren
Hebben al deze dingen ook effect, word je er psychisch weerbaarder van en kom je er beter mee door deze periode? Dat weten we niet. Doe daarom mee aan ons onlineonderzoek waarbij je om de twee weken een vragenlijst van vijf minuten invult. Hierdoor word jij je bewuster van je mentale welbevinden en help je jongeren in de toekomst om hier beter mee om te gaan.

Bron: GGZnieuws

Spanning in pleeggezinnen door coronamaatregelen

In pleeggezinnen lopen spanningen op doordat de structurerende invloed van onderwijs en kinderopvang is weggevallen en doordat veel aanvullende zorg is aangepast of stopgezet. Dat blijkt uit een enquête van de Nederlandse Vereniging van Pleeggezinnen (NVP), het Landelijk Overleg PleegOuderRaden (LOPOR) en de Stichting Belangenbehartiging Pleeggrootouders Nederland.

Meer dan vierhonderd pleegouders vulden de enquête in. Een kwart van hen beoordeelt de situatie in het gezin met een 5 of lager. Veel pleegkinderen kunnen of mogen hun familie niet bezoeken vanwege het risico van verspreiding van het virus. Daarnaast is de gebruikelijke ondersteuning, zoals gezins- of individuele therapie en dag- en logeeropvang, deels weggevallen.

Door de spanningen verergeren de gedragsproblemen van veel pleegkinderen. De NVP pleit daarom voor extra hulp vanuit gemeenten, bijvoorbeeld door opvang op school. Die extra hulp voor pleeggezinnen is niet in alle gemeenten beschikbaar. Tegelijkertijd neemt de druk op de pleegzorg toe, door de groei van het aantal spoeduithuisplaatsingen en de behoefte aan crisisplaatsen, aldus de NVP.

In het tv-programma Kassa zei NVP-directeur Peter van der Loo zich zorgen te maken. 'In het ergste geval kan de relatie met de pleegouders zo beschadigd raken dat kinderen overgeplaatst moeten worden.'

'Deze crisis vraagt telkens weer om een goede afweging van de fysieke en de mentale gezondheid van alle betrokkenen', zegt Anita Kraak van het Nederlands Jeugdinstituut. 'Elke situatie is uniek. Het maakt bijvoorbeeld al veel uit of een pleegouder of een kind behoort tot een groep met een hoger risico op een ernstig beloop van een corona-infectie.'

Afwegingskader
Samen met andere organisaties in het jeugdveld en het RIVM heeft het NJi een afwegingskader opgesteld voor omgang en bezoek in onder andere pleeggezinnen, vertelt Kraak. 'Het afwegingskader helpt pleegouders, ouders en professionals te beslissen of bezoek mogelijk is. Dat is niet altijd een eenvoudige beslissing.'

Kraak vindt het vooral belangrijk om samen te zoeken naar wat wel kan. 'Kunnen ouders bijvoorbeeld buiten het pleeggezin afspreken met hun kind, om een eindje te fietsen of wandelen? Of kan één ouder op bezoek komen in plaats van allebei? Hopelijk kun je zo voorkomen dat de spanningen zo hoog oplopen dat de overplaatsing van een pleegkind nodig is.'

Bron: NJi

Intensieve kortdurende behandeling voor jongeren met een hardnekkige obsessieve-compulsieve stoornis

In het decembernummer van Tijdschrift voor Psychiatrie verscheen een artikel: Intensieve kortdurende behandeling voor jongeren met een hardnekkige obsessieve-compulsieve stoornis: drie gevalsbeschrijvingen, door S.M. Eenink, M. Kampman, L. Hendriks, G.J. Hendriks.

Lees hier de samenvatting
Circa 40% van de jongeren met een obsessieve-compulsieve stoornis (ocs) herstelt onvoldoende na een reguliere behandeling met cognitieve gedragstherapie en loopt het risico op chroniciteit van de problematiek en ontwikkelingsstagnatie. Er is nauwelijks onderzoek gedaan naar effectieve vervolgstappen in de behandeling van deze jongeren met een hardnekkige ocs.

De auteurs behandelden drie jongeren met een hardnekkige ocs met een achtdaagse intensieve, begeleide exposure en responspreventie (ERP) waarbij gezinsleden worden betrokken. Twee van de drie patiënten lieten een verbetering zien op ocs-klachten en van één van deze twee patiënten kwamen de klachten volledig in remissie.

Deze uitkomsten zijn veelbelovend en deze gevalsbeschrijvingen tonen aan dat een kortdurende ERP-behandeling die intensiever van aard is en begeleide erp omvat een mogelijke tweede stap in de behandeling kan zijn.

Bron : Nedkad

Nieuwsbrief

Vul uw e-mailadres in en ontvang onze nieuwsbrief.