BOEKBESPREKING

Thoonsen & Van der Gaag: Dit boek zorgt ervoor dat gedrag eerder als signaal van onder- of overprikkeling gezien wordt in plaats van als probleemgedrag

Het boek Wiebelen en friemelen neemt de lezer in heldere taal mee in de wondere wereld van de zintuiglijke prikkelverwerking. De auteurs beschrijven hoe de neutrale prikkelverwerking verloopt in de hersenen en hoe onder- of overprikkeling ontstaat. De theorie wordt ondersteund met kleurrijke, aansprekende illustraties en er staan herkenbare voorbeelden in. Sterker nog, ik zie in dat ik in deze coronatijd door het vele thuiswerken sterk onderprikkeld raak. Het gevolg daarvan is dat ik druk, chaotisch en zeer aanwezig ben als ik voor het eerst sinds lange tijd weer in ‘mijn woning’ kom. Het geeft aan dat ik als individu behoefte heb aan uitdagende prikkels om fijn in mijn vel te zitten en goed te kunnen functioneren. Ik ervaar prikkels. Ik leef.

Dat is precies de kern van Wiebelen en friemelen: zintuiglijke prikkels zijn nodig om te kunnen (be)leven, ontwikkelen en overleven. Dat geldt ook voor mensen met een verstandelijke beperking. Het boek geeft je een ‘bril’ waarmee je kunt kijken naar gedrag: is de cliënt onder- of overprikkeld of voelt hij zich goed? De zintuiglijke prikkelverwerking kan anders verlopen bij mensen met een verstandelijke beperking. Soms zijn de zintuigen aangedaan en soms wordt informatie op een andere manier verwerkt dan bij mensen zonder beperking of stoornis. De auteurs stellen heldere vragen over verschillende onderwerpen die allemaal van invloed zijn op de prikkelverwerking. Deze vragen zetten je direct aan het denken. Door hierbij stil te staan en de cliënt nader in beeld te brengen kun je zintuiglijke prikkelverwerking maximaal begrijpen én beïnvloeden. Er zijn handige (online) hulpmiddelen voor de beeldvorming. Aandachtspunt is om bij complexe problematiek, waarbij er bij verschillende zintuigen sprake is van over- of onderprikkeling, een SI-therapeut in te schakelen.

Soms past een cliënt zelf al adequate strategieën toe om met over- of onderprikkeling om te gaan. Het zogenaamde wiebel- en friemelgedrag dat we dan zien, is nuttig. Het kan helpen om alerter te zijn of om met spanning om te gaan. Het boek geeft een ZIP-kijkwijzer om dit in kaart te brengen. De beginterm van dit stroomdiagram ‘de cliënt laat storend gedrag zien’ zie ik liever vervangen voor ‘de omgeving ervaart het gedrag van de cliënt als storend’. Dat doet meer recht aan de cliënt. Die geeft met zijn gedrag immers een signaal af. De omgeving dient dat signaal herkennen als een behoefte en er op een adequate manier mee omgaan. Dat betekent de cliënt ondersteunen in de prikkelverwerking en ook adequate strategieën aanbieden of aanleren. Want: een cliënt die zelf op een goede manier zintuiglijke prikkels weet op te zoeken, te vermijden of te doseren kan het leven in het algemeen beter aan.

Mooi is dat het boek ook aandacht geeft aan hoe je de omgeving optimaal kunt afstemmen op wat de cliënt nodig heeft en prettig vindt. Prikkelarme omgevingen zijn gedateerd. De auteurs spreken terecht over een vol, rijk leven. Prikkelvriendelijk en uitnodigend dus. De invloed van leefomgevingen daarop is immens. Een persoonlijke, huiselijke inrichting heeft als effect dat ernstig probleemgedrag kan worden verminderd. Een prettige sfeer en leefomgeving, met daarbij ook aandacht voor buitenlucht, beweging en gezonde voeding, zijn enorm belangrijk voor het welzijn van de cliënt. Eye opener: vraag je bij jouw eigen woonvoorziening eens af: ‘Zou jij hier willen wonen?’

Concluderend: vanuit orthopedagogisch perspectief geeft dit boek de mogelijkheid om een nieuwe dimensie toe te voegen aan de beeldvorming van een cliënt. Het maakt dat gedrag eerder als signaal van onder- of overprikkeling gezien wordt in plaats van als probleemgedrag. Gedrag zegt iets over hoe prikkels al dan niet verwerkt worden. Dit moet ons als vakgenoten toch prikkelen om het (vaker) mee te nemen in ons werk. Drs. Elise van der Giessen is GZ-psycholoog en orthopedagoog-generalist. Ze richt zich vanuit haar bedrijf Amfora op projecten in de zorg, is specialist in oplossingsgericht werken en verzorgt supervisie voor GZ/OG’ers in opleiding.

Over de auteurs
Monique Thoonsen is pedagoog en expert zintuiglijke prikkelverwerking. Zij adviseert en begeleidt professionals, opvoeders, kinderen en volwassenen via de zeven zintuigen. Marijenne van der Gaag is psycholoog en werkt als behandelcoördinator en therapeut. Sinds 1995 werkt ze in de GGZ en de zintuiglijkgehandicaptenzorg met dove en slechthorende kinderen en volwassenen.

Titel: Wiebelen en friemelen voor mensen met een verstandelijke beperking
Auteurs: Monique Thoonsen en Marijenne van der Gaag
Uitgever: PICA
ISBN:9789493209091

Boekbespreking: Drs. H.C. (Henri) Koelewijn en drs. M.A. (Matthijs) Heijstek
Henri is orthopedagoog-generalist bij Amerpoort en Matthijs is orthopedagoog-generalist bij Zozijn en onderzoeker bij de Universiteit Utrecht.