Nieuwsupdate november 2019

Wilt u in de toekomst ook de nieuwsupdate van TvO ontvangen? Vul dan in de rechterkolom uw gegevens gelijk in!


Actueel

Participatiewet biedt 18-jarigen meer kans op baan

Sinds de invoering van de Participatiewet in 2015 is de kans op een baan toegenomen voor 18-jarige jonggehandicapten met arbeidsvermogen. Dat blijkt uit een evaluatie van het Sociaal en Cultureel Planbureau.

Voor invoering van de Participatiewet kregen jonggehandicapten vanaf hun 18e een levenslange Wajong-uitkering. Sinds 2015 vallen jonggehandicapten met arbeidsvermogen onder de Participatiewet. Jonggehandicapten zonder arbeidsvermogen kunnen nog wel instromen in de Wajong.
Van de instromers in de Wajong in 2014 was 29 procent drie jaar na instroom aan het werk. Sinds 2015 is 38 procent van de jonggehandicapten aan het werk. Met name het aantal deeltijdbanen en contracten voor bepaalde tijd is toegenomen. Wel is het persoonlijk inkomen van jonggehandicapten onder de 27 jaar lager dan dat van jongeren die in 2014 een Wajong-uitkering ontvingen. Ook is het verschil in persoonlijk inkomen tussen jonggehandicapten met en zonder werk toegenomen sinds de invoering van de Participatiewet. Bron: Sociaal en Cultureel Planbureau

Omgevingsfactoren van invloed op agressie kind

Omgevings- en biologische factoren zijn van invloed op de mate van agressie bij kinderen, evenals het sociaaleconomische milieu waarin zij opgroeien. Dat blijkt uit onderzoek waarop Anne Hendriks op 18 november promoveerde aan de Vrije Universiteit.

Bij een kind met laag- of middelhoogopgeleide ouders speelt de omgeving een invloedrijke rol, zoals het gezin, de huisvesting en de school. Een behandeling moet zich daarom ook richten op het verbeteren van deze omgeving. Bij kinderen met hoogopgeleide ouders spelen met name genetische factoren en individuele eigenschappen een rol. De onderzoeker baseert zich hierbij op gegevens van 7-jarige tweelingen uit gezinnen met een lage, middelhoge of hoge sociaaleconomische status uit Nederland en Groot-Brittannië.
Uit eerder onderzoek bleek dat behandelingen voor agressief gedrag bij kinderen, zoals vechten en ongehoorzaam zijn, meestal niet of matig effectief zijn. Deze interventies zijn dan met name gericht op de kinderen. De effectiviteit is groter als ouders betrokken worden bij de behandeling. 'Dit onderzoek bevestigt hoe belangrijk het is om de opgroeiomgeving te verbeteren, en het gewone opvoeden en opgroeien te versterken', zegt Inge Bastiaanssen, medewerker van het Nederlands Jeugdinstituut. 'Beschermende factoren, zoals steun van betekenisvolle volwassenen en voorzieningen uit de omgeving van het kind en een constructieve tijdsbesteding zoals sport en creatieve activiteiten, zijn belangrijk om de ontwikkeling van agressie te voorkomen.' Bron: Vrije Universiteit Amsterdam; Nederlands Jeugdinstituut

Expertisecentra voor kinderen met een eetstoornis

Minister Hugo de Jonge van VWS start in 2020 twee proeven met regionale expertisecentra voor de behandeling van eetstoornissen. Hij wil een structurele verbetering van de zorgketen voor kinderen en jongeren met eetstoornissen, in het bijzonder voor patiënten met anorexia nervosa. Dat schreef hij op 11 november in een brief aan de Tweede Kamer.
Op verzoek van de minister heeft de Landelijke ketenaanpak eetstoornissen (K-EET) een voorstel gemaakt om de zorg te verbeteren voor ernstig zieke kinderen en het aantal patiënten terug te dringen. In het voorstel is een routekaart opgenomen waarin staat wat er de komende jaren moet gebeuren om tot een goed functionerende keten te komen.
Zo moeten implementatie van een zorgstandaard en scholing ervoor zorgen dat eetstoornissen sneller herkend worden en jongeren een betere behandeling krijgen. Een van de adviezen van de stuurgroep is ook expertise te bundelen in een centrum en kennisdeling te stimuleren om onder andere dwangvoeding te verminderen.
Uiteindelijk moet de routekaart ervoor zorgen dat over tien jaar het aantal ernstig zieke kinderen significant is gedaald. Bron: Ministerie van Volksgezondheid, Welzijn en Sport

Geen toename psychische problemen bij Nederlandse studenten

In de afgelopen tien jaar zijn psychische problemen onder studenten niet toegenomen. Ernstige angst en depressieve symptomen, vermoeidheid en gebruik van de GGZ bijvoorbeeld, kwamen in 2017 en 2012 niet meer voor dan in 2007. Ook komen psychische problemen bij studenten even vaak voor als bij niet-studerende leeftijdsgenoten.
Dit blijkt uit een onderzoek onder 1100 jongeren van CentERdata en Tilburg University. Het onderzoek is uitgevoerd met behulp van het LISS panel, dat is gebaseerd op een omvangrijke representatieve steekproef onder de Nederlandse bevolking.

Uit de resultaten blijkt dat in 2007, 2012 en 2017, circa 7% van de studenten en niet-studerende jongeren (ernstige) problemen ondervond met studie en werk vanwege gezondheid of psychische problemen. In zowel 2007, 2012 als in 2017, voelde circa 35% zich regelmatig vermoeid en circa 9% kampte in die jaren met (ernstige) angst- en depressieve gevoelens. Minder dan 2% gebruikte in die jaren medicijnen voor angst en depressie. Niettemin beoordeelde zo’n 90% van alle jongeren in de leeftijdscategorie 19 tot en met 24 jaar de algemene gezondheid als goed tot zeer goed in 2007, 2012 en 2017. Deze groepen wijken verder niet af in de opbouw of combinaties van psychische problemen. Wel blijken jonge vrouwen meer psychische problemen te hebben dan jonge mannen.
De onderzoeksresultaten sluiten aan bij internationale onderzoeken die nauwelijks of geen aanwijzingen vonden dat psychische problemen onder studenten en niet-studenten toenemen, en dat studenten niet meer psychische problemen hebben dan niet-studenten.

De resultaten wijken wél af van berichten in de media die suggereren dat er sprake is van een forse toename van psychische problemen bij met name studenten. Daarin zou een veronderstelde toename van de studie- of werkdruk een belangrijke rol spelen. Daarin geeft deze studie geen inzicht omdat studie- en werkdruk hier niet zijn onderzocht. Niettemin tonen de resultaten dat psychische problemen onder niet-studenten dezelfde maatschappelijke aandacht zouden moeten krijgen als de aandacht die studenten voor hun psychische problemen ontvangen.
Het onderzoek is net gepubliceerd in het peer-reviewed wetenschappelijk tijdschrift Psychiatry Research: Peter G. van der Velden, Marcel Das, Ruud Muffels (2019). The stability and latent profiles of mental health problems among Dutch young adults in the past decade: a comparison of three cohorts from a national sample. Psychiatry Research, 282. Bron: tilburguniversity.edu


Cover TvO 2019 5

Nieuwsbrief

Vul uw e-mailadres in en ontvang onze nieuwsbrief.