TVO 2014-09:

Judith Hollenberg, Herman van Boxtel & Jos Keuning: Werken met leerlingen met hoge vaardigheidsscores in het Cito Volgsysteem primair en speciaal onderwijs
SAMENVATTING
Het Cito Volgsysteem primair en speciaal onderwijs kan behulpzaam zijn bij het afstemmen van het onderwijs op leerlingen die het heel goed doen op school en om die reden extra aandacht verdienen. Ook voor deze leerlingen geven de toetsen van het volgsysteem valide en betrouwbare resultaten. Alleen bij leerlingen die alles, of bijna alles, goed hebben is de toetsscore wat minder betrouwbaar. Als een leerling alle opgaven van een toets correct be¬antwoordt, weten we immers alleen dat de leerling goed is, maar niet precies hoe goed. Hoe betrouwbaar de toetsscore moet zijn, hangt ervan af of een leerkracht een leerling met de toetsscores volgt over de tijd, of dat de leerkracht de toetsscores gebruikt om te bepalen of de leerling toe is aan versnellen, verrijken of verdiepen. In het laatste geval is het voldoende om aan te tonen dat de leerling een forse voorsprong heeft; een minder betrouwbare toets¬score is geen groot bezwaar. Om een leerling optimaal te kunnen volgen over de tijd is een meer betrouwbare toetsscore wenselijk. Dit is te realiseren door een toets van een hoger niveau af te nemen.

Yvonne Janssen & Janneke Breedijk-Dekker: Een (zeer) goed presterende leerling is meer dan zijn vaardigheidsniveau. Een brede kijk op leerlingen
SAMENVATTING
Het vraagt een integrale kijk op talentvolle leerlingen om te komen tot een beredeneerd, passend onderwijsaanbod. Met tal van voorbeelden wordt duidelijk dat Cito-gegevens een belangrijke rol spelen in het proces van signaleren, analyseren en onderwijsaanbod bepa¬len. Bij leerlingen die in het Cito Leerlingvolgsysteem een vaardigheidsniveau I hebben (de best presterende 20%), blijkt dat de vaardigheidsscore en daarmee de vaardigheidsgroei, niet altijd nauwkeurig gemeten zijn. Relativering van de cijfers is dus op zijn plaats. Naast Cito-gegevens zijn het beeld dat de leerkracht opbouwt van de leerling en methodegebon¬den toetsen relevant. Observatie van en gesprek met de leerling, kennis van begaafdheids¬kenmerken en bewustwording van leergedrag zijn essentiële elementen in het proces van signaleren en analyseren. Het diagnostisch inzetten van methodetoetsen helpt om de basisstof te compacten en leerlingen te laten oefenen in wat ze nog niet weten. Zo blijft er ruimte over voor verrijken en versnellen.