Nieuwsupdate september 2018

Omgaan met dilemma's

Medewerkers in de zorg voor mensen met een licht verstandelijke beperking (LVB) worden met enige regelmaat geconfronteerd met delinquent gedrag door hun cliënten. De vraag hoe hiermee om te gaan, en met name de vraag wanneer het strafrecht hierbij te betrekken, leidt niet zelden tot dilemma’s. Het lectoraat LVB en Jeugdcriminaliteit van Hogeschool Leiden heeft samen met diverse woonlocaties onderzoek gedaan naar hoe in de praktijk wordt omgegaan met deze dilemma’s… Download hier het artikel 'Omgaan met dilemma's'.

In het kader van het onderzoek naar de inzet van het strafrecht door woonvoorzieningen voor mensen met een LVB is een eerste aanzet voor een ‘checklist voor een weloverwogen besluitvorming’ ontwikkeld. Deze checklist zal komend jaar op diverse locaties gebruikt worden om te kijken hoe deze verder verbeterd kan worden. Wilt u hier ook mee aan de slag,en mogen we komend jaar bij u langskomen om te vragen hoe dit bevalt? Laat ons dit dan weten via lvb.jeugdcriminaliteit@hsleiden.nl. Download hier de checklist 'Aangifte of niet?'. 

Column: Een optelsom van intelligentie

Intelligentie, een breinbreker voor wetenschappers. Vaak wordt aangenomen dat het IQ, dé maat voor intelligentie, een relatief stabiel gegeven is. Gelukkig blijkt inmiddels dat we door middel van een paar simpele aanpassingen de intelligentie van onze kinderen een boost kunnen geven. De maakbare wereld op haar best.

Natuurlijk, intelligentie kent een hoge mate van erfelijkheid. ‘Slechts’ zo’n 20 procent van intelligentie wordt verklaard door omgevingsfactoren. De rest is pure erfelijkheid. Dat betekent echter niet dat we slechts invloed hebben op die 20 procent. Omgevingsfactoren hebben namelijk wel degelijk invloed op de genetische lading door haar optimaal of juist suboptimaal te laten presteren. Met andere woorden, ook van die 80 procent valt nog best iets te maken, als je je omgeving maar naar je hand zet. Tijd voor een sommetje.
Laten we voor het gemak uitgaan van het normale scenario: een voorbeeldig kind met een IQ van 100. Aangezien IQ-sores worden gedefinieerd in termen van een gemiddelde van 100 en een standaarddeviatie van 15, zou dit kind volledig aan onze verwachtingen moeten voldoen.
Behalve dat we het liever wat slimmer willen hebben, want tegenwoordig kun je je met een IQ’tje van 100 echt niet meer vertonen. Dat is zo 2005*.
Omdat de pedagogische wereld als mantra ‘hoe vroeger hoe beter’ heeft, beginnen we de IQ-boost al in de zwangerschap. Met een paar Omega-3 pilletjes kunnen we ons voorbeeldige kind al voor de geboorte upgraden naar een IQ van 103.5. Nu is zo’n winst van 3.5 punt natuurlijk enig als ons kind ergens onderaan de normaalcurve zou bungelen, maar voor ons voorbeeldige kind zet het geen zoden aan de dijk. Met een standaarddeviatie van 15 moeten we nog maar liefst 11.5 puntjes bij elkaar sprokkelen om het een hele standaarddeviatie boven het gemiddelde te laten scoren. Zelfs als we coulant zijn en met het classificatiesysteem van Resing en Blok werken (of dat van de Wechsler-schalen zelf) is ons kind nog niet eens ‘bovengemiddeld’. We zoeken dan ook ons heil in een veilige hechting. Een veilige hechting is goed voor alles, dus ook voor het IQ. Gelukkig maakt het voorbeeldige karakter van de kleine het ons gemakkelijk en kunnen we al snel 12 punten optellen waardoor we uitkomen op een IQ van 115.5.
De volgende boost wordt geleverd door wat diëtaire aanpassingen. Met zes maanden borstvoeding (ik voel de hechting al komen) en een gezond dieet van groente, kaas en fruit krijgen we 2 bonuspunten. Gezien het feit dat de jaarwisseling net geweest is en we toch al van plan waren gezonder te gaan eten, is deze aanpassing gemakkelijk te maken. Als we echt willen scoren, moeten we het gezonde dieet echter doorzetten totdat ons voorbeeldige kind zo’n 8.5 jaar is. Op die wijze zouden we nog 1.2 punt extra uit de voeding kunnen persen. Of dat werkelijk bovenop de 2 punten komt, durf ik niet met zekerheid te zeggen, maar gezien het minimale effect mag ik toch hopen dat we met een heel leven gezond eten toch minstens 3.2 punten winst moeten kunnen behalen. 118.7 dus.
Ons voorbeeldige kind gedijt inmiddels al aardig. Maar met eten alleen komt het er natuurlijk niet. Om een nieuwe boost te kunnen bewerkstelligen moeten we ons gaan bemoeien met het slapen. Het gaat er dan niet alleen om dat ons voorbeeldige kind veel slaapt - het effect daarvan is niet onomstotelijk vastgesteld -, maar meer dat het een vaste bedtijd heeft. Helaas zit er daar een addertje onder het gras, want hoewel meisjes hier maar liefst 9 punten intelligenter door worden, is het effect voor jongens slechts van tijdelijke aard. Geen zorgen, voorbeeldige kinderen kunnen uiteraard alleen meisjes zijn. En omdat we ook aan interactieve verhaaltjes voor het slapengaan doen levert ons dat nog eens 6 punten extra op. Hoppa: 133.7. Enige voorzichtigheid met deze boost is overigens wel op zijn plaats. Het risico dat de verhaaltjes soms wat uitlopen waardoor de vaste bedtijd in het gedrang komt is natuurlijk aanwezig. Maar ach, een beetje quality-time zal ook heus zijn IQ-vruchten afwerpen.
Ook onderwijs scoort goed wanneer we ons voorbeeldige kind willen upgraden. De effecten van preschool worden geschat op zo’n 4 punten en meer intensieve vroeg- en voorschoolse educatie met een talige component levert algauw 7 punten winst op. Helaas is deze winst voornamelijk weggelegd voor kinderen uit een lager sociaaleconomisch milieu, iets waar ons kind dan weer net niet aan voldoet. We tikken dus af op 133.7. Hoogbegaafd.
Ons voorbeeldige kind wordt helaas verstandelijk beperkt door twee problemen. Ten eerste is het maar zeer de vraag of het hier om een additief proces gaat. De hierboven genoemde factoren zullen waarschijnlijk vaak samengaan, waardoor we ons wellicht voorbarig rijk hebben gerekend. Maar goed, zelfs wanneer we niet alle cijfertjes optellen, komen we er altijd positiever uit dan we erin gingen. Problematischer is het echter wanneer we ons bedenken dat er ook factoren zijn die een negatieve impact hebben op het IQ, waardoor de IQ-punten die het ene oor in gingen, het brein via het andere oor net zo hard weer verlaten. Financiële zorgen, bijvoorbeeld, blijken een negatief effect te hebben op het IQ. Om die reden scoren Indiase boeren maar liefst 10 punten hoger nadat ze geoogst hebben in vergelijking met voor de oogst. Niet dat je met rijkdom intelligentie kunt kopen, maar de cognitieve ruimte die ontstaat doordat men zich geen zorgen meer hoeft te maken, kan worden ingezet voor complexe cognitieve materie. Gelukkig maar dat we geen boerinnencarrièrepad hadden uitgestippeld voor ons voorbeeldige kind.
Een probleem waar we minder invloed op uit kunnen oefenen, is het gegeven dat wij als mensheid wellicht dommer worden. Dat komt doordat we door alle maatschappelijke vangnetten minder gedwongen zijn intelligente keuzes te maken. De natuurlijke selectie die normaliter plaatsvindt als gevolg van deze ongelukkige keuzes, vindt daarmee niet meer plaats. Natuurlijk heeft dit fenomeen nog geen effect op ons voorbeeldige kind, maar onze voorbeeldige kleinkinderen of achterkleinkinderen zijn daardoor niet meer te redden, zelfs niet met onze IQ-boost. Gelukkig heeft onderzoek net aangetoond dat kinderen die er hard voor moeten werken (lees: niet zo snugger zijn) een betere toekomst hebben dan kinderen bij wie alles vanzelf gaat. Bij nader inzien was ons voorbeeldige kind wellicht toch beter af geweest zonder onze maakbare wereld...

* De laatste Nederlandse uitgave van de WISC dateert uit 2005. Door het Flynn-effect stijgt het gemiddelde IQ van een populatie elk decennium met 3-5 punten, waardoor het gemiddelde IQ nu ergens tussen de 103 en 105 zou moeten liggen. Helaas lijken recente onderzoeken erop te wijzen dat het Flynn-effect zijn maximum heeft bereikt.

Column uit 'Twijfelachtig, maar acceptabel - 50 columns over de zin en onzin in de pedagogiek' (2016) van Mieke Ketelaars. Klik hier voor meer informatie. 

Actueel 

Ouders betrekken bij zorg rondom hun delinquente kind
Maatwerk is nodig om ouders succesvol te betrekken bij de zorg rondom hun kinderen in een Justitiële Jeugdinrichting (JJI). Dit concludeert Inge Simons naar aanleiding van haar promotieonderzoek. Volgens Simons is het van belang dat ouders zich welkom voelen en niet als medeverantwoordelijke worden gezien. Daarnaast moet er bij ouders met een migratieachtergrond aandacht zijn voor hun culturele achtergrond. Simon ontwikkelde in samenspraak met andere partijen het programma ‘Gezinsgericht werken’. De eerste voorlopige resultaten wijzen op gunstige uitkomsten, waaronder een kortere verblijfsduur van kinderen in de instelling. Naar eventuele effecten op het risico op recidive moet nog meer onderzoek worden gedaan. Bron: Universiteit Leiden

Veel beperkingen als gevolg van ADHD-symptomen
56 procent van de bevolking ervaart één of meerdere symptomen van ADHD, aldus onderzoekers van het Trimbos-instituut en PsyQ Kenniscentrum ADHD. Deze symptomen gaan gepaard met mentale en fysieke beperkingen in het dagelijks functioneren. Bron: Trimbos instituut

Oudertraining effectief bij kleuters met gedragsproblemen
Gedragstherapeutische oudertraining is effectief in het verminderen van gedragsproblemen bij kinderen met symptomen van ADHD, zo blijkt uit promotieonderzoek van Lianne van der Veen-Mulders. De training verbeterde de opvoedingsvaardigheden van moeders en verminderde het probleemgedrag van kinderen. Ook gaf de training ouders het gevoel competent te zijn. De resultaten bleken met name positief wanneer ouders in de opvoeding meer gecontroleerd en positief gedrag lieten zien. Desondanks bleven er bij ongeveer de helft van de kinderen ernstige gedragsproblemen aanwezig, waarvoor vervolgbehandeling noodzakelijk was. Van der Veen-Mulders vergeleek voor deze groep het effect van ouder-kind-interactietherapie met het effect van medicamenteuze therapie. Hoewel beide behandelvormen effectief waren, bleek medicatie het meeste effect te hebben in het reduceren van de gedragsproblemen. Bron: www.umcg.nl.

Ontstekingen hersenen spelen een rol in ontstaan depressie
Ontstekingsprocessen in de hersenen zijn mogelijk betrokken bij het ontstaan van depressie, zo concludeert Paula Kopschina Feltes naar aanleiding van haar promotieonderzoek. Kopschina Feltes onderzocht hiervoor verandering in het gedrag en in de hersenen van ratten die blootgesteld werden aan stressvolle gebeurtenissen. Activering van het stresssysteem bleek zowel ontstekingsprocessen in de hersenen te veroorzaken als depressieve symptomen. Omdat het onderzoek is uitgevoerd met niet-invasieve functionele beeldvormende techniek, zou deze ook bij mensen kunnen worden ingezet. Bron: www.rug.nl